Maandag 09-08-1999 19.00 uur

Hotel Taj Samudra - Colombo

Gisteren om 19.30 uur door John naar Schiphol gebracht. De balie was nog niet open, maar het was al vrij druk. Zoals gewoonlijk bij een chartervlucht was het weer een puinhoop. De bordjes gingen aan bij balies waar geen rij stond. Dus moest iedereen weer snel verplaatsen. We stonden redelijk vooraan, maar er kwam maar één man om te gaan inchecken. Dus stonden er drie rijen (waaronder de onze) te wachten op de andere vrouwtjes. Die zouden binnen 2 minuten komen. Na 20 minuten verscheen er weer eentje. En gelukkig kwam er redelijk snel daarna ook iemand voor onze rij. Het ging niet snel, dus hadden we uiteindelijk nog geluk dat we vooraan stonden. Nu waren we om 21.30 uur klaar en anders hadden we weer moeten rennen om het vliegtuig te halen.

Dat is namelijk een keer gebeurd toen we naar Griekenland gingen. We waren toen ook op tijd in de rij gaan staan, maar er kwamen mensen vanuit een zij-ingang en die schoven steeds tussen de rij. Zo waren we uiteindelijk zo’n beetje als laatste aan de beurt en vervolgens moesten we ook nog bijbetalen voor een paar kilo overgewicht. Dat nam veel tijd in beslag en dus moesten we toen bijna rennen om nog op tijd bij het vliegtuig te zijn.
 
Douane door; sigaren, geurtje en tijdschriften kopen en we konden wat gaan drinken. Om 22.50 uur moesten we instappen, maar ook daar ging het weer fout. We mochten het vliegtuig nog niet in. Waarom niet? Ja, dat weten we nu nog steeds niet. Maar ook dit viel gelukkig weer mee, want om 00.15 uur stegen we op. Zo’n 40 minuten later dan gepland.
De beenruimte was beter dan de vorige keer, dus Henk kon zijn benen redelijk kwijt. We hebben regelmatig wat gedommeld en om 06.45 uur Nederlandse tijd, maakten we een tussenlanding in Muscet in Oman. Daar moesten we alleen even tanken en van bemanning wisselen. Dat doet me eraan denken dat we nog nooit zo’n vriendelijke bemanning hebben meegemaakt. Na zo’n 45 minuten stegen we alweer op.

Naar boven

 

Dinsdag 10-08-1999 23.50 uur

Hotel Taj Samudra - Colombo

Gisteren heb ik het verhaal niet kunnen afmaken, want we zaten te veel te kletsen. Dus nu het vervolg.
We kwamen om 16.15 uur op Colombo luchthaven aan. Dankzij de oplettendheid van Henk waren we de eerste die de paspoortcontrole door kwamen. De koffers kwamen ook redelijk snel en de douane stelde niets voor. Dit in tegenstelling tot wat ik in de boeken had gelezen. Het moest namelijk heel streng zijn, maar we werden helemaal niet gecontroleerd.
Op het vliegveld konden we ook meteen een traveller cheque inleveren. Er waren zo’n 15 loketten van 5 verschillende banken met allemaal dezelfde koers. 100 Rupiah is ongeveer 3 gulden.
Er stond keurig iemand van Walker’s tours op ons te wachten. De warmte buiten viel mee en we waren al snel op weg naar Colombo. Het vliegveld ligt namelijk zo’n 35 kilometer bij Colombo vandaan. We deden er een uur over, want het was druk op de weg. Ze rijden hier links en al het verkeer loopt en rijdt op dezelfde weg. Brommers, auto’s, vrachtwagens, tuk tuks, voetgangers, handkarren etc. Om 17.45 uur kwamen we bij ons hotel aan. Het ziet er schitterend uit. Onze kamer heeft uitzicht op een smalle strook strand en de Indische oceaan.
We hebben eerst even lekker gedoucht en wat gedronken. Vervolgens gegeten in Navratna, het Indiase restaurant van het hotel. Het eten smaakte heerlijk, dus dat belooft veel goeds. Daarna lekker geslapen (want we hadden wel wat uurtjes gemist in het vliegtuig). Vanmorgen lekker ontbeten. Ze hadden van alles: pannenkoekjes, broodjes, jam, omeletjes etc. Er was uiteraard ook warm eten, maar dat hoefden we niet te hebben.
Om 10.00 uur stond onze gids Adjidh (ik hoop dat ik het goed schrijf; je zegt Adjiet) voor ons klaar. Een hele vriendelijke gids die al 10 jaar in het vak zit en veel weet te vertellen. We reizen met een nieuwe Mitsubishi Galant, een 2000 cc turbo, vertelde de gids ons trots. Met airco, wat veel belangrijker is. We maakten een stadsrondrit en dat vergde veel geduld. Het verkeer is heel erg druk. Schitterend om te zien dat zo’n stad leeft. Overal is bedrijvigheid, want bijna alles wordt op straat gedaan.
Hele oude en gloednieuwe gebouwen staan naast elkaar. Ze hebben hier ook de “Twin Towers”. Veel lager dan in New York, maar net zo indrukwekkend in zo’n oude stad met een armoedige indruk.
Overal zijn checkpoints met politie en militairen tegen de terroristen. Maar verder merk je er helemaal niets van dat er oorlog is met de Tamil tijgers.
We stopten eerst bij een kleine Hindoetempel. Ik kreeg van een mannetje die de tempel liet zien een stip op mijn voorhoofd. Heel grappig. We kwamen er wel achter dat de mensen hier wel geld verwachten als ze iets voor je doen of als je foto’s van ze maakt. Dat is wel even wennen.
Vervolgens gingen we naar het museum van de Nederlandse tijd. Daar staan veel oude meubels (met geheime laden) en oude munten e.d.
Daarna naar een Boeddhistische tempel met een grote verzameling Boeddhabeelden uit de hele wereld en andere zaken. We mochten ook de knokkels van de hand van Boeddha zien. Die liggen daar in een lotusbloem van puur kristal. De tempel heeft ook een olifant met slagtanden die elkaar kruisen. Ze zeggen dat eerst links over rechts zat en plotseling (ja ja) was het andersom.
We hebben ook nog een markt, een straat met allemaal juweliers en heel veel mooie gebouwen gezien. Het stadhuis (gebouwd door de Engelsen) doet sterk aan het Witte Huis in Washington denken.
Na terugkomst in het hotel geluncht en lekker gezwommen in het zwembad. We hebben net in de “Golden Dragon” gegeten, het Chinese restaurant van het hotel. We hebben nog nooit zo lekker Chinees gegeten. Het was echt uitmuntend. De prijzen zijn hier trouwens vrij pittig. Een halve liter fles lokaal bier kost zo’n f 6,50 en een flesje cola zo’n f 2,50. Het eten kostte gisteren ongeveer f 60,- en vanavond f 130,-, maar daar zat ook een fles rode wijn bij van f 45,- en een cognac van f 18,-. We hebben het er dus even van genomen.
Morgen gaan we om 08.30 uur echt met de rondreis beginnen. We hebben er erg veel zin in.

Naar boven

 

Donderdag 12-08-1999 10.50 uur

The Lodge - Habarana

Gisteren was een lange dag, maar gelukkig konden we vandaag een beetje uitslapen.
Gisteren om 08.30 uur gingen we op weg naar Habarana, de volgende overnachtingplaats. Dat betekende dat we eerst weer dwars door Colombo moesten. Daarna gingen we van de hoofdweg af en reden we langs het Hamilton kanaal, ook wel het “Dutch Canal” genoemd. Verder door allerlei dorpjes en mooie groene natuur langs de kustlijn naar de vissersplaats Negombo. Daar stopten we eerst bij de vismarkt. Er zaten heel veel kraaien die vis pikten.
Verder over een brug over het “Dutch Canal” waar we een prachtig uitzicht hadden op de vele boten die net terug waren van het vissen.
Uiteindelijk stopten we nog een keer bij het strand waar ook een vismarkt was en waar ze de boten op het strand aan het hijsen waren. Hier kwamen we veel bedelaars tegen, omdat hier ook de bussen met toeristen stoppen. De andere stops en de alternatieve route naar Negombo hadden we te danken aan het feit dat we individueel reizen. En dat bevalt ons prima. Niet dat gekwek en gezeur van de Nederlanders. Want hier in Sri Lanka komen vooral veel mensen die nog nooit in het Verre Oosten zijn geweest, en die maar niet kunnen begrijpen dat hier alles anders gaat. Maar goed, van die mensen hebben we dus weinig last.
Vervolgens namen we ook nu weer een andere weg, omdat de oorspronkelijke weg slecht onderhouden zou zijn. Dus gingen we via Kurunegala op weg naar Anuradhapura. We gaan nu eerst even zwemmen, dus straks weer verder.

Het is nu 14.00 uur. We hebben even gezwommen. Heel mooi groot zwembad. Helaas was half Italië er ook. Wat kunnen die mensen druk zijn. Even terug naar gisteren.
We zouden in Kurunegala gaan lunchen, maar ik moest daarvoor heel nodig plassen. Adjidh stopte bij een huisje met een piepklein winkeltje. Ik mocht bij die mensen plassen. Ze hadden een apart hokje in de achtertuin met een hurktoilet. Er was even paniek, omdat een toerist van hun toilet gebruik wilde maken. Dus er werd aan de overkant van de straat nog even een emmer water gepompt om de wc door te spoelen. Na een paar minuten wachten, mocht ik dan eindelijk naar het toilet. Het was veel schoner dan ik verwacht had. Het was een hele opluchting om even te kunnen plassen en als dank gaven we 2 pennen. Deze werden dankbaar aangepakt. Zo’n 90% van de mensen hier kan namelijk lezen en schrijven en dus zijn ze dol op pennen. Die zijn namelijk niet overal te koop of zijn te duur. We kochten voor Rp 7 nog een King Coconut. Het sap daarvan is een beetje zoet en heel lekker. Een goede en zeer goedkope (±20 cent) dorstlesser. Het was dus een leuke stop bij vriendelijke mensen en we waren blij dat ik zo nodig had moeten plassen.

Vervolgens waren we in een half uur bij ons lunchadres aan een kunstmatige vijver. Ze noemen dat een “tank”. Deze tanks worden gebruikt voor irrigatie voor de landbouw, voornamelijk voor de rijstvelden. Ze importeren trouwens veel rijst, want ze verbouwen zelf niet genoeg.
De reis ging weer verder en om ongeveer 17.00 uur kwamen we in Anuradhapura. Een ruïnestad die van de 4e eeuw voor Christus t/m de 10e eeuw na Christus (dus 1600 jaar) de hoofdstad van Sri Lanka was. Hier staat de oudste Bo-boom (= Bodhi-boom = heilige boom) van de wereld, 2307 jaar oud. De oorspronkelijke Bo-boo, waaronder Boeddha heeft zitten mediteren, stond in India. Maar die boom is een aantal jaren geleden dood gegaan. De Bo-boom in Sri Lanka is een stek van deze boom.
Er waren op weg naar de boom en de andere tempels heel veel controleposten. Tot 3 keer toe werden we gefouilleerd en werd de fototas helemaal uitgepakt. Ze zijn heel bang voor een aanslag van de terroristen.
De rest van het verhaal van Anuradhapura zal moeten wachten. We gaan over 15 minuten op weg naar Polonnaruwa. Dat werd de hoofdstad toen Anuradhapura werd veroverd. Ook dit is nu een ruïnestad.

Naar boven

 

Vrijdag 13-08-1999 14.00 uur

The Lodge - Habarana

Er is steeds weinig tijd om te schrijven, dus het is moeilijk om alles bij te houden. Maar ik ga het proberen.
Terug naar Anuradhapura. Er is een grote witte tempel. De muur eromheen lijkt te worden gedragen door tientallen olifanten. De stupa is druppelvormig met een pinakel en in de top een puur kristal. Als je tegen de stupa aan gaat staan (met je tenen tegen de onderkant), kun je de top niet zien. Indien je precies 1 voet ruimte laat, kun je het kristal wel zien.
Tevens staat hier de oudste stupa. Ze zeggen dat daar de rechterschouder van Boeddha is ingemetseld.
Ook de grootste bakstenen stupa, het grootste gebouw ter wereld op de tempel/piramide in Egypte na, staat in Anuradhapura.
Verder is er een maansteen te zien. Deze bestaat uit 7 halve ringen. De binnenste ring is een lotusbloem en deze staat voor de hemel: Het Nirwana. De buitenste ring is vuur en stelt het lijden voor als we worden geboren. Hoe meer ringen / lagen je kunt “overwinnen” in je leven, hoe dichter je bij de hemel komt.
De tweelingvijvers zijn ook heel mooi om te zien. Jammer dat deze niet meer worden gebruikt. Vroeger werden ze door de vele monniken gebruikt die in Anuradhapura woonden.
Gisteren konden we eerst even relaxen bij het zwembad (wel moeilijk met zoveel Italianen) en gingen we om 14.30 uur op weg naar de 2e hoofdstad: Polonnaruwa.
Daar is een heel groot waterbassin (een soort meer) gebouwd door de eerste koning die daar regeerde. Deze werd vroeger voornamelijk gebruikt om de rijstvelden te bevloeien. Ook nu is de landbouw nog afhankelijk van dit bassin. Naast het bassin is sinds vorig jaar oktober een museum. Hier hangen veel foto’s van de ruïnestad, maar er staan ook veel maquettes. Deze laten zien hoe het vroeger was. Schitterend om te zien. Helaas mocht je er niet fotograferen. Vervolgens gingen we de ruïnes zelf bekijken.
Eerst het paleis, waarvan alleen de buitenmuren van de 1e, 2e en 3e verdieping nog staan. De 4e t/m de 7e verdieping moeten van hout zijn geweest. De koning had ook nog een overdekte promenade (als een soort gracht) om het paleis heen laten bouwen. Daar kon hij gaan wandelen.
Ook hier was weer een mooi zwembad. Vroeger van de koning. En de overblijfselen van een raadzaal waar de koning zijn adviseurs ontmoette.
Even verderop ligt een tempelcomplex. Met een stupa in een tempel. Rondom de stupa zitten 4 Boeddha’s om bezoekers vanuit alle windrichtingen te verwelkomen. Ook de overblijfselen van de tempel van de tand (van Boeddha) staan hier.
Er is één gebouw dat nog helemaal heel is. Waarschijnlijk omdat het helemaal van steen is. Hier heeft ooit een 18 meter hoge Boeddha gestaan met rode saffieren ogen. En daarom is deze Boeddha gestolen door schatzoekers.
Bij elke tempel (ook als het een ruïne is) moet je je schoenen uit en je petje af. Tevens moeten de benen tot de enkels bedekt zijn. Helaas houden veel toeristen zich niet aan deze laatste regel. Ze lopen gewoon in korte broek. Erg stom. Je moet tenslotte de regels van het land respecteren.
Als laatste naar het hoogtepunt van dit complex: 4 Boeddha’s uit één grote granieten rots gehakt. De liggende Boeddha is de Boeddha die dood gaat. De figuur ernaast is niet duidelijk. Hij staat op een lotusbloem en dus moet het Boeddha zijn. Maar de houding is de houding van verdriet en dat kan niet, want Boeddha ging niet echt dood. Hij ging naar een betere wereld. Verder zijn er nog een grote en een kleine zittende Boeddha in mediterende houding. De liggende Boeddha heeft onder zijn voeten een lotusbloem ingekerfd. Het is ontzettend indrukwekkend. De liggende Boeddha is 14 meter lang! En alles is echt tot in detail uitgehakt.
Op de terugweg gingen we nog langs een houtsnijwerkfabriekje. We kregen een rondleiding en uiteraard konden we wat kopen. Alles was hier echter wel vele malen duurder dan in Indonesië. Volgens de gids konden we zo’n 20% afdingen. Verder ging waarschijnlijk niet. Maar alles was zo duur, dat ik het toch probeerde. We hebben nu een masker met een pauw. Dat is om geluk en blijheid in het huis te brengen. En we hebben een visserman op een paal. Zo vissen ze in Galle, daar gaan we later nog heen. De oorspronkelijke prijs was f 170,- voor de visser en f 50,- voor het masker. Uiteindelijk kreeg ik beiden voor f 90,-, dus f 130,- korting!
We zagen ook nog een schitterend kamerscherm. Maar we schrokken ons kapot van de prijs: 8000 gulden. Inclusief transport werd ons steeds weer verzekerd. Ja leuk, maar een klein beetje teveel van het goede. Toen we steeds nee bleven zeggen (we gingen niet afdingen, omdat we wisten dat het altijd te duur zou blijven) om aan te geven dat we het echt niet wilden kopen, ging de prijs omlaag naar f 4000,-. Uiteraard nog veel te veel. Heel erg jammer.
Buiten vroeg de gids hoe alles was gegaan. Hij was verbaasd over de korting die ik had gekregen. We vertelden ook over het scherm en hij liep met ons mee naar binnen. We zeiden dat we er f 1000,- voor over hadden, maar dat we ook wel snapten dat dat te weinig was. De grote baas (die inmiddels zelf kwam onderhandelen met ons) ging dan ook niet verder dan f 3200,-. Dus dat ging voorbij. Misschien moeten we dan toch nog een keer naar Indonesië. Daar zijn dat soort dingen vele malen goedkoper. Maar de visser en het masker zijn typisch van Sri Lanka, dus die wilden we wel hebben.
Inmiddels was het alweer donker geworden (Om ongeveer 19.00 uur is het hier donker, dat is later dan in Indonesië.) en reden we terug naar het hotel. Plotseling zagen we aan de kant van de weg een wilde olifant staan. Een behoorlijke grote die bladeren van de bomen aan het eten was. Schitterend om te zien. Mijn eerste wilde olifant. Henk heeft ze vroeger in Zuid-Afrika al eens gezien.
Terug in Habarana hebben we bij de telefoonmaatschappij, een soort piepkleine PTT-winkel, naar ma gebeld. Het was 16.00 uur in Nederland en gelukkig was ze thuis. Ze vond het hartstikke leuk dat we even belden. Ze klonk erg opgelucht en ze zou ma Kamies ook even inlichten.
In het hotel hebben we weer laat gegeten (om 21.30 uur). Het is hier namelijk erg druk, maar het diner duurt maar tot 22.00 uur. Vanaf 21.30 uur is er echter steeds een optreden buiten en dan kunnen wij dus rustig gaan eten. Er is steeds een buffet met allerlei gerechten, dus dat zit wel goed.
Vanmorgen moesten we vroeg opstaan, want om 7.00 uur gingen we olifantensafari doen. In het bakje zaten we zijdelings op de rug van de olifant en we gingen ook door het water heen. Er liepen mensen mee die foto’s van je maken met je eigen fototoestel. We zijn benieuwd of ze gelukt zijn.
Daarna konden we weer even naar het zwembad en om 12.00 uur werden we weer opgehaald door de gids. Eerst even naar de bank. Ook dat was weer een hele ervaring, al raken we aan dat soort dingen langzaam gewend. We mochten vooraan gaan staan bij een soort kleine keukentafel. Nadat een vrouw vele briefjes had ingevuld en Henk een paar keer had moeten tekenen, werd alles naar een andere “balie” gebracht. Even wachten en… daar kwam het geld.
Daarna gingen we eten in een lokaal restaurant waar we “Rice and Curry” gingen eten. Zo’n 16 verschillende curry-gerechten, voornamelijk groenten, stonden op tafel. Niet alles was even lekker, maar het was erg leuk om een keer te doen. De smaak was trouwens wel aangepast aan de toeristen, dus het was niet zo pittig.
Over een half uurtje gaan we naar Sigirya rots. Bovenop heeft een paleis gestaan en er zijn nog veel meer dingen te zien. We moeten daarvoor wel een steile trap van 1250 treden beklimmen. Volgens de gids doen we daar zo’n anderhalf uur over. Vrij pittig dus.

Naar boven

 

Zondag 15-08-1999 19.00 uur

The Citadel - Kandy

Eindelijk weer eens tijd om te schrijven. Het zal wel weer een lamme hand worden, want er is weer veel gebeurd.
Allereerst nog even vertellen dat ze in de tuinen van het vorige hotel (het was opgezet als een soort dorp met gebouwen van 2 of 4 kamers) wat dieren hadden lopen: pony’s, eekhoorns en apen. De apen zaten een keer heel dicht bij onze kamer en we hebben wat mooie plaatjes kunnen schieten. Maar we moesten wel uitkijken voor de poep, want apen moeten blijkbaar ook hun behoefte doen. De eekhoorns waren zo brutaal dat ze zelfs op de eettafels sprongen als je opstond om weg te gaan.
Vrijdagmiddag gingen we dus naar de Sigiriya rots. Een hele hoge rots. Hier heeft een paleis gestaan. Eén van de zonen van de koning wilde de schat hebben, maar kon deze niet vinden. Op een gegeven moment vroeg hij ernaar bij zijn vader. Deze nam een hand water uit een reservoir dat hij had laten bouwen en zei: “Dit is mijn schat voor Sri Lanka.” De zoon werd kwaad en liet zijn vader inmetselen. Hij riep zichzelf tot koning uit. Hij was echter wel bang dat zijn broer, de andere prins, hem zou doden en dus bouwde hij een paleis boven op deze rots. Na 18 jaar kwam zijn broer inderdaad met een leger naar het paleis en de koning besloot (heel erg dom) van de rots te komen voor een veldslag. Toen hij zag dat jij ging verliezen, pleegde hij zelfmoord. Het paleis werd afgebroken en de rots werd teruggegeven aan de monniken die er hun klooster hadden. Deze monniken hebben helaas veel fresco’s uit de tijd van de koning vernield, omdat het halfnaakte meisjes waren: de wolkenmeisjes. Nu zijn er nog maar een paar van over.
De tocht naar de top begon met grote trappen met hele onregelmatige treden van steen. Dat matte me behoorlijk af. Vervolgens een gedeelte ijzeren trappen met een wenteltrap naar de wolkenmeisjes. Een smalle en vrij hoge trap waar iedereen omhoog, maar ook weer naar beneden moest. Dat was dringen, want het was erg druk. Vooral op de terugweg scheet ik bagger, want die wenteltrap zit halverwege de rots. Ik heb geen last van hoogtevrees, maar daar op die trap kreeg ik dat bijna spontaan. Maar de fresco’s van de wolkenmeisjes waren zeer de moeite waard. Heel erg mooi.
Verder ging het langs de “spiegelmuur”. Een glanzende muur waarin je jezelf kunt zien (zo’n beetje). Nog meer trappen (van steen) en een ijzeren plateau aan de zijkant van de rots waar de wind je om de oren floot. En nog steeds veel mensen voor zowel heen als terug. Heel erg eng. We kwamen bij de vroegere ingang naar het kasteel. Een trap tussen twee leeuwenpoten. En vanaf daar nog vele ijzeren trappen naar de top. Dat zag ik niet zitten. Dus Henk ging samen met de gids het uitzicht en de restanten van het paleiscomplex bekijken. Ik ging alweer langzaam een groot deel naar beneden. Na zo’n half uur waren ze alweer terug en we gingen via een andere weg verder naar beneden. Daar zagen we nog veel overblijfselen van vroeger en de “Cobra”-rots. Een natuurlijke rots in de vorm van een rechtopzittende Cobra. Heel indrukwekkend.
Vanaf Sigiriya terug naar het hotel zagen we weer een wilde olifant. Heel in de verte, maar Henk kon hem met de video behoorlijk dichtbij halen. Deze keer was het namelijk nog licht.
Zaterdagmorgen in het hotel was de “gekke vrolijke kok” er weer. Henk zei dat zijn gezicht helemaal opklaarde toen hij mij zag. Ik zal het even uitleggen, voor zover ik dat kan. Blijkbaar zijn de meeste toeristen in de hotels tegen het personeel niet zo vrolijk. Ik ben wel altijd heel vriendelijk en ook geduldig. En ik houd van lekker eten. De eerste avond in dit hotel was er een gerecht op (er is altijd buffet) en ik wilde dat net nemen. De kok zag mijn teleurgestelde gezicht en tikte op mijn schouder. Hij kon geen woord Engels en ik spreek de taal van Sri Lanka niet, dus het was wat moeilijk communiceren. Maar we bleven beiden vriendelijk en deden ons best en dat stond hem blijkbaar wel aan. Hij ging dus nog snel het gerecht voor mij maken en daar was ik natuurlijk weer heel erg dankbaar voor. We hadden elkaar dus gevonden. De volgende dag bij het ontbijt was hij er weer en we begroeten elkaar. Met handen, voeten en onverstaanbare woorden begreep hij dat Henk mijn kersverse man is. Hij begeleidde ons helemaal bij het verzamelen van het ontbijt. Als we iets wilden pakken dat naar zijn zin niet vers genoeg meer was, dan haalde hij het voor ons uit de keuken. Iedere keer als we hem zien, dan legt hij alles van het eten uit en maakt ondertussen grapjes. Ik leer wat woordjes en hij leert wat Engels en het is echt hartstikke gaaf. Verder met de reis.
Om 8.00 uur gingen we op weg naar Dambula, naar de rotstempels, evenals de andere mensen in het hotel. Al na zo’n uur rijden waren we er. Weer klimmen (trappen en/of schuin omhoog lopende paden), maar niet zo ver als bij Sigiriya. En de trappen waren hier breed. Schoenen weer uit en het tempelterrein op. De eerste rotstempel was klein en bevatte een liggende Boeddha uit de Anuradhapura-periode (gesloten ogen en slank gezicht). De tweede tempel is de grootste met ook een liggende Boeddha en heel veel mediterende Boeddha’s. Allemaal uit de Kandy-periode (open ogen en een boller gezicht). Het plafond en de muren zijn helemaal beschilderd. Dat moet heel moeilijk geweest zijn, omdat de rotswanden niet egaal zijn. Heel erg indrukwekkend allemaal. Helaas mag je in de tempels geen foto’s maken. De derde grottempel was weer iets kleiner, maar verder bijna hetzelfde. En de laatste is een stuk kleiner. Het uitzicht vanaf het tempelcomplex is erg mooi. Er waren veel lokale mensen (voornamelijk vrouwen) met offerandes: bloemen en kokosnootrijst. Ook Dambula heeft weer indruk gemaakt op ons.
De reis ging verder, op weg naar Kandy. Het landschap veranderde ook. Van droge vlaktes naar groene bossen. Onderweg kregen we een demonstratie van wat ze met alle delen van de kokosnoot doen. De buitenste schil bevat vezels en deze worden ervan af geschraapt. Vervolgens wordt het als een baal wol bij elkaar geschraapt en “spinnen” ze een touw. Op een ingenieuze manier kunnen ze van twee dunne touwen weer een dikker touw maken, enzovoorts. Tot je een behoorlijke dikke kabel hebt die heel stevig is. De binnenschelp wordt in tweeën gehakt. Het sap wordt gebruikt om olie van te maken. Het vruchtvlees wordt eruit geschraapt om kokosmelk te maken. Hierin kan eten worden bereid. Van de uitgeholde helften maken ze kommetjes e.d. Zelfs de bladeren van de palm worden gebruikt, om dakbedekking en manden van te vlechten. Er wordt niets weggegooid. Dat wisten we al, maar we hadden het nog nooit gezien.
Morgen hebben we als het goed is de hele middag vrij, dus dan hoop ik de rest helemaal te kunnen bijwerken.

Naar boven

 

Maandag 16-08-1999 15.15 uur

Grand Hotel - Nuwara Eliya

We waren bij zaterdag gebleven. Vanaf de kokosnootdemonstratie gingen we naar een specerijentuin. Daar zagen we weer de inmiddels bekende dingen: nootmuskaat, peper, kaneel, citroengras etc. We kregen ook allerlei zalfjes en geurtjes en kruidenthee om te proberen. En vervolgens kon je in het winkeltje natuurlijk alles kopen wat ze hadden gedemonstreerd. We hebben wat specerijen meegenomen: peper, hot chili powder, curry en nootmuskaat in de dop. Ook hadden ze massageolie en een balsem. Beiden gebruiken is goed tegen spierpijn, rugpijn, reuma etc. En ze hadden groene olie. Die moet helpen tegen migraine. Baat het niet, dan schaadt het niet. Dus maar een flesje meegenomen. Al met al waren we zo’n f 100,- kwijt, vooral omdat de massage- en badolie zo duur waren. De specerijen zijn hier namelijk erg goedkoop.
Om 14.00 uur kwamen we in het hotel. Daar waren ook net alle andere toeristen aangekomen, dus het was een hele drukte. De kamer was weer mooi en met een terrasje met uitzicht op de rivier: Mahaweli Ganga.
Na de lunch gingen we om 16.00 uur naar een edelstenenfabriek. We kregen eerst een video van een kwartier te zien over het delven van edelstenen. Daarna kregen we eerst halfedelstenen en vervolgens de echte edelstenen te zien. Ik kan de namen allemaal niet meer herinneren, maar het was voor het eerst dat ik al dat moois van dichtbij zag. En we mochten ze zelfs in onze handen nemen om ze te bekijken!!!
Vervolgens naar de showroom met mineralen en sieraden. We besloten om eventueel voor een hangertje met een steentje te kijken, iets eenvoudigs. Maar dat konden we niet vinden. Toen stelde de man van de winkel voor dat we wat stenen zouden gaan bekijken. Ze konden er binnen een dag een hangertje van maken. Maar dan moesten we wel zeggen wat we een mooie steen vonden, welke soort. Heel moeilijk, want ik kon ze me niet meer allemaal herinneren. Maar eentje was er wel uitgesprongen: de roze saffier. Uiteraard ook de blauwe saffier, maar dat durfde ik niet te zeggen. Dat is de duurste steen. Dus werden er wat “Pink sapphires” gepakt. Elke steen apart verpakt. Al snel zagen we een mooie kleine steen, mooi geslepen en mooi van kleur. Maar die kostte wel zo’n f 1600,-. Oeps en slik! Even verder kijken. Gele diamanten. Ook heel mooi, maar hoe staat dat in goud dat ook geel is. En het was uiteindelijk net zo duur. Dus maar even naar de halfedelstenen kijken. Een veel betere prijs: zo’n f 400,-. Maar zelfs wij als leken konden duidelijk het verschil tussen een halfedelsteen en een echte zien. Dit leek veel meer nep en dat was niet de bedoeling. Dus dat was geen optie. Omdat we zo lang aarzelden, werd er nog een blauwe saffier van zo’n f 2800,- bij gehaald. Ook heel mooi, maar dat was dus echt geen optie. De prijs van de roze saffier ging omlaag naar f 1400,-. En dan werd er gratis een mooie maar eenvoudige 18-karaats gouden hanger omheen gemaakt. Precies zoals de bedoeling was. Ik vond niet dat ik zoveel geld waard was, alhoewel dit een kans van “once in a lifetime” was. Want in Nederland is deze steen echt niet te betalen. Een roze saffier is dan ook heel zeldzaam en ze vinden bijna nooit grote stenen, alleen maar piepkleintjes. En deze had een mooie kleur, want ook dat telt mee in de prijs. En het gewicht natuurlijk. Henk zei tegen de man dat het een deal was en mijn hart klopte in mijn keel. Ik kreeg er bijna tranen van in mijn ogen en begon te zweten en te trillen. Maar het is een feit: we hebben nu een edelsteen in de familie. Een echte saffier uit het land van de saffieren, een land dat zelf als een saffier in de Indische Oceaan ligt. En het is een unieke steen, want van elke steen is er maar één in de hele wereld. We hebben dan ook een certificaat gekregen. Het gewicht van de steen is 2,74 karaat. De hardheid is 8½. Een diamant, waarmee je glas kunt snijden, heeft een hardheid van 10 en een halfedelsteen zit onder de 6. Ja, je leert er ook nog wat van. Onze gids denkt nu echt dat we rijk zijn. We hebben al uitgelegd dat we altijd hard sparen voor de vakantie en dat het kopen van deze edelsteen zeker niet normaal is, dat het voor ons ook een heleboel geld is.
Boink boink boink, mijn hart gaat nog steeds tekeer bij de gedachte dat ik een saffier heb gekregen van Henk.
Vervolgens gingen we snel naar de “Tempel van de heilige tand”. Hier wordt de linker boven hoektand van Boeddha al honderden jaren bewaard. Daarvoor in de andere hoofdsteden, want de koning moest de tand altijd beschermen.
Vorig jaar maart is de tempel voor een groot deel verwoest door een autobom. Dus de beveiliging is hier weer vrij streng. Bij Henk grijpen ze bij zo’n controle regelmatig in zijn kruis. Volgens ons om te voelen hoe groot die van een buitenlander is.
De tempel wordt nog steeds hersteld. We moesten ons wat haasten omdat we naar een dansvoorstelling moesten. Maar we hebben toch alles gezien. Ook de deur waarachter de tand onder 7 gouden stupa’s ligt. Zondag om 10.15 uur zou die deur opengaan en dan zouden we eigenlijk naar de tempel gaan. Maar het zouden dan enorm druk zijn en dus hadden wij voorgesteld om eerder te gaan, vandaar. De meeste vrouwen hier offeren bloemen die soms worden opgegeten door apen.
Snel naar de dansvoorstelling van de Kandy-dansers om 19.00 uur. Het werd een hele andere voorstelling dan dat we gewend zijn en met veel acrobatische toeren. Op het einde gingen ze nog over hete kolen lopen. Het was veel leuker dan we van tevoren hadden gedacht.
Terug in het hotel hadden we geen zin om ons te haasten, dus gingen we naar het andere restaurant (zonder buffet). Het was daar heel gezellig en we hebben heerlijk gegeten met een lekkere fles wijn erbij.
Zondag om 9.00 uur gingen we op weg naar de Botanische tuinen in Kandy. Aangelegd door de Engelsen en wij vonden het mooier dan de tuinen in Bogor op Java. Ze hebben hier ook een kleine kas met 400 soorten orchideeën. De eerste kans om foto’s te maken van orchideeën. In Thailand was de batterij op en in Bogor waren de kassen gesloten voor publiek. Maar deze keer konden we dus meteen de nieuwe macrolens gebruiken. Ik ben erg benieuwd.
Daarna op weg naar het olifantenweeshuis. De babyolifanten worden 5 keer per dag gevoederd en alle olifanten gaan 2 keer per dag in bad. Eerst gingen we naar de kudde kijken. Je kon heel dichtbij komen en het is heel indrukwekkend om zoveel olifanten bij elkaar te zien en er dan ook nog tussendoor te kunnen lopen. Er is ook een olifant met een stomp en nog maar 3 hele poten. En ook een zwaargewonde olifant die ze weer hebben opgelapt, maar die helaas wel blind is. Ze vangen hier de gewonde olifanten en de kleine olifanten zonder ouders op. Er zijn ook al zo’n 12 olifanten hier geboren in de afgelopen jaren. De laatste was op 06-08-1999 geboren en dus nog maar 9 dagen oud. Hij stond met zijn moeder bij de voerderplaats voor de kleine olifanten apart van de kudde. Het was echt een snoepie. Om 13.15 uur werden 5 babyolifanten gevoederd. Zo’n 6 liter melk per olifantje. En het zit er zo in met een fles met een rubber tuit. Heel leuk om te zien.
Daarna naar het restaurant bij de rivier waar Adjidh een mooie plaats voor ons regelde. Dus toen we ons eten kregen, konden we de olifanten in het water zien gaan. We werden bediend door een Sri Lankaan die zich rot rende en ons deed denken aan Manuel van “Fawlty Towers”. We bleven langer dan de meeste mensen en hebben dus echt zitten genieten van de olifanten. We gingen pas om 15.30 uur weg.
Terug in Kandy gingen we naar een hoger punt met een mooi uitzicht op de Tempel van de heilige tand en een deel van Kandy. Op een heuvel staat een enorm Boeddhabeeld. Daarna naar een Batik werkplaats waar de omstandigheden vele malen beter zijn dan in Indonesië. Daarom was het waarschijnlijk ook veel duurder. Maar we hebben een mooi tafereel met vissersvrouwen gekocht in het blauw. Er zit veel werk in door de strepen om de golven e.d. uit te beelden. Dus we hebben nog een souvenir erbij.
Deze keer waren we eens wat vroeger in het hotel (om 18.00 uur). Er stond een poolbiljart en dat hebben we gespeeld. Het was voor mij de eerste keer, maar gelukkig werd ik geholpen door iemand van het hotel die er verstand van had. Henk won wel, maar ik had nog maar 1 bal op de tafel. Best goed, vond ik. ’s Avonds weer gegeten in dat andere restaurant, want dat was goed bevallen.

Vanmorgen gingen we om 8.30 uur op weg naar Nuwara Eliya. Dat ligt 1800 meter boven de zeespiegel, dus dat zou een aardige klim worden. De eerste 10 kilometer was de weg ontzettend slecht, met heel veel gaten. Dus we reden heel langzaam. Dat gaf ons de tijd om alles goed te bekijken. Soms stopten we om van het uitzicht te genieten en foto’s te maken. Al snel kwamen de theeplantages en dat hield maar niet op. Schitterend. Allemaal groene tapijten. Maar ook de rest van het landschap was ontzettend mooi met hier en daar een waterval. De grootste heet de Tweelingwaterval, omdat het 2 stromen zijn die op elkaar lijken.
We stopten uiteindelijk bij een theeplantage waar we thee en heerlijke chocoladecake kregen. Vervolgens een rondleiding door de fabriek die helaas werd gerenoveerd. Dus er was eigenlijk niets te zien. We kregen alleen de uitleg. Eerst drogen ze de bladeren. Dan worden ze gerold en vervolgens gesneden. Daardoor komen de sappen vrij. Door oxidatie verkleuren de bladeren van groen naar bruin. Vervolgens worden ze nogmaals gedroogd en dan worden ze zwart. De poeder die in onze theezakjes in Nederland zit, is eigenlijk een soort afval. Dus dat vinden ze maar niks. We hebben 6 ons thee gekocht: B.O.P. Dat betekent Broken Orange Pekoe. Broken omdat de bladeren zijn gesneden, Orange omdat dat de kleur van de thee is als je deze hebt gezet en Pekoe van plukken. Kosten: f 5,- voor 6 ons thee! Ik wilde voor ma nog Orange Pekoe kopen, de zogenaamde Earl Grey. Maar die hadden ze niet meer. Kijken of we het ergens anders nog kunnen kopen. Want thee is hier echt heel goedkoop.
Vervolgens reden we door naar Nuwara Eliya (via 12 haarspeldbochten en vele andere bochten). Daar eerst naar de bank en het postkantoor voor geld en postzegels.
En nu zitten we in het Grand Hotel. Een hotel in de stijl van een vroegere Engelse club. Het ziet er echt schitterend uit. We zitten nu in de lounge, want de middag hebben we vrij. Heb ik eindelijk de tijd om dit bij te werken. Morgen gaan we alweer naar de volgende plaats, Hambantota, die aan de kust ligt.
Het is alweer 17.00 uur en ik ga nu eindelijk maar eens kaarten schrijven, anders komen die nooit in Nederland.

Naar boven

 

Zaterdag 21-08-1999 17.45 uur

Hotel Ceysands - Bentota

Ik lig bijna een week achter met schrijven. We zitten inmiddels al in ons strandhotel en de rondreis is afgelopen. Het eten in het hotel in Engelse stijl in Nuwara Eliya was niet erg goed. Maar de toetjes waren overheerlijk. Dus daar hebben we ons buikje wel mee rond gegeten. Het begint hier in Bentota plotseling heel erg hard te waaien, maar voorlopig is het nog wel droog.
Afgelopen dinsdag gingen we weer afdalen, op weg naar Hambantota. Zodra we uit de bergen waren, veranderde het landschap onmiddellijk. Het werd een droge en dorre vlakte. Onderweg stopten we bij een hotel om iets te drinken en in het dorpje moesten we wat voor de lunch kopen, want we zouden geen restaurant tegenkomen. Dus gingen we een supermarkt in om wat koekjes te kopen. En in een ander winkeltje kochten we wat bananen en even verderop nog een lokale krant in de Engelse taal. Het was erg leuk om op die manier inkopen te doen. Het was gewoon een dorp, zonder toeristische inslag. We kochten bij het hotel nog wat B.O.P. thee, omdat de Earl Grey nergens te vinden was. En een paar broodjes.
Om 13.00 uur kwamen we bij het Nationaal park Udawalawe, waar een safari op het programma stond. Voornamelijk om wilde olifanten te bekijken. We gingen in een jeep die open was, zodat we konden gaan staan. Op die manier konden we alles goed zien. Adjidh zat gewoon voorin bij de chauffeur en er was ook nog een “tracker” mee om dieren te signaleren. We zagen al vrij snel een wilde olifant en later nog één. Toen keerden we om en sloegen een ander pad in. We moesten ons goed vasthouden, want het was echt terreinrijden. We hadden geluk, want even verder stond een hele groep olifanten. Magnifieke beesten. Onze dag kon al niet meer stuk, het was gewoon schitterend. Maar er was nog meer te zien. Koeien en bizons en ook heel veel watervogels en adelaars. Verder in het park zagen we een pauw en nog een zeldzame zwarte adelaar. En ook nog apen en herten. Na zo’n 2 uur rijden zagen we weer een hele olifantenfamilie. Vader olifant kwam er snel bij staan om zijn familie te beschermen. Er was een echt klein olifantje bij. We reden zelfs een stukje van de weg af om nog wat dichterbij te komen. Ik kan het gevoel wat ik toen had niet beschrijven. Gewoon fantastisch!!!
Even verderop stak een jong hert met een noodvaart vlak voor onze jeep het pad over. We zagen ook nog een heel klein felgroen vogeltje, een karekiet. We zagen ook nog steeds olifanten, in de verte. Alles bij elkaar hadden we na zo’n 2½ uur 34 olifanten gezien. Geen slechte “vangst”, want er lopen zo’n 400 olifanten in het enorme park rond.
Vervolgens reden we met onze eigen auto naar hotel Peacock in Hambantota. Het lag heel mooi aan zee, maar de hotelkamer stelde niet veel voor.
In het hotel belde meneer Stuart van Walkers Tours met de mededeling dat het laatste hotel (Ceysands) was volgeboekt en dat ze ons hadden geupgrade naar het Bentota Beach Hotel. Daar waren we tot ieders verbazing niet blij mee. Bentota Beach is net gerenoveerd en moest mooier en luxer zijn dan Ceysands, maar het is ook veel groter. En het balkon bij de kamer en de kamer zelf zijn kleiner. En Ceysands ligt veel rustiger. Daarom hadden we daarvoor gekozen en niet voor de luxe. Dus vroegen we extra gegevens. Wat voor soort kamer zouden we krijgen etc. Daarna zouden we beslissen of we het ermee eens waren.
Het diner in hotel Peacock was goed en ze hadden een leuke bar met een verhoogd terras met uitzicht op zee.
De volgende dag konden we lekker uitslapen. De andere mensen die dezelfde toer deden, gingen al om 6.00 uur naar vogelreservaat Bundala. Maar wij zouden pas om 15.30 uur gaan, dus konden we eerst lekker luieren bij het zwembad en lunchen. We hadden regelmatig contact met Walkers Tours en ontvingen wat informatie via de fax. Maar we hadden nog geen beslissing genomen.
’s Middags stond er een jeep klaar, want Bundala was maar een kwartier rijden. Dus weer op safari, wat we erg leuk vonden. We zagen heel veel vogels en ook veel krokodillen. Wel zo’n 9 in totaal. Ze liggen doodstil met hun bek open, zodat ze op een stuk hout lijken. Als er dan een dier op de onderkant van de bek gaat zitten, klappen ze de bek met een klap dicht. Eet smakelijk!
Later reden we over een soort dam en zagen we heel veel pelikanen en ook Siberische watervogels die je bijna nooit ziet. Verder zagen we in het park ook nog veel pauwen en apen en tientallen verschillende soorten (water)vogels en een leguaan. En laten we niet vergeten dat we ook nog 2 wilde olifanten zagen. Eentje stond in de struiken, maar de ander stond in het open veld. Er stonden heel veel jeeps met mensen te kijken en hij was daar niet blij mee. Dus soms probeerde hij aan te vallen. Dat was best eng. We vonden eigenlijk dat ze niet zo dichtbij moesten komen en de olifant met rust moesten laten. Op deze manier jaag je ze alleen maar weg. Maar goed, het totaal aan wilde olifanten kwam daarmee voor ons op 38. Dat is bijna 1% van alle wilde olifanten in Sri Lanka. Want door de Nederlandse en Engelse kolonisten is het aantal olifanten in Sri Lanka nogal afgenomen. Daarom zijn er nu allerlei nationale parken om de olifanten te beschermen.

Donderdag vertrokken we om 9.00 uur naar Galle, aan het westen van zuidkust van Sri Lanka. Hambantota ligt meer naar het oosten, maar ook aan de zuidkust. Ik moest achter Ajith gaan zitten, want het linker achterwiel moest eerst worden opgepompt, want die leek een beetje leeg te lopen. We stopten even in Hambantota om dit te laten doen. Daarna konden we op weg. Maar na een tijdje was de band alweer vrij leeg, dus moesten we weer stoppen. Bij een piepkleine werkplaats pompten ze de band weer op. Maar we hoorden de lucht er al meteen weer uitkomen, dus moesten er ernstiger maatregelen worden genomen. Een kleine handmatige drukkrik kwam erbij en de band werd er afgehaald. Er bleek een lange spijker in te zitten. Terwijl ze de band repareerden, gingen wij wat drinken. Er zat een klein hotel aan de overkant, dus dat kwam goed uit. Na zo’n 15 minuten konden we weer met een gerust hart op weg gaan. We kwamen langs een gebied waar vissers op palen in het water zitten en op die manier hun vis vangen. De zee was wild, dus er waren er niet veel. Maar in de verte konden we er toch nog een paar zien zitten. Heel karakteristiek voor dit deel van Sri Lanka en daarom hebben we ook het houtsnijwerk van de paalvisser gekocht.
De kokosbomen in dit gebied worden trouwens gebruikt om Arrack te maken. De bloem van de kokosboom krijgt de kans niet om in noten te veranderen. Ze worden beklopt en na jaren opengesneden, zodat het sap (paddy) eruit loopt. Dit druppelt langzaam in een bakje. Tussen de toppen van de hoge kokosbomen zijn touwen gespannen, zodat de “Paddy tappers” van de ene naar de andere boomtop kunnen lopen. Uit de paddy wordt Arrack gemaakt, ook wel palmwijn genoemd. In Indonesië heette het Arak en werd uit een speciaal soort kokosboom gewonnen die trossen bessen heeft in plaats van kokosnoten.
In Galle gingen we eerst naar het fort. Een vesting die werd opgezet door de Engelsen en later door de Nederlanders (die de Engelsen versloegen) verder werd uitgebouwd. Nu wonen er voornamelijk moslims en alles is in staat van verval. Behalve de vestingmuur, die staat nog helemaal.
We gingen de Nederlands Hervormde kerk in de vesting bekijken. Henk vroeg aan Atjith of hij een stropdas had om respect te tonen aan zijn kerk. Net zoals wij met lange broeken respect hadden getoond aan Boeddha. Atjith trapte er heel even in, maar had al snel door dat hij in de maling werd genomen. Hij kon er gelukkig hartelijk om lachen.
We hebben tijdens de toer al veel leuke verhalen uitgewisseld. Hij had wel één heel erg leuk voorval meegemaakt. Een Engelse toerist had zo’n 70 balpennen meegenomen om op een school in een heel arm gebied uit te delen. Atjith bracht hem naar een school en vroeg het schoolhoofd om toestemming. Die vond het goed. Atjith stelde voor om de pennen in de klas door de meesters te laten uitdelen, maar de toerist wilde het zelf doen buiten de klas. Alhoewel Atjith waarschuwde dat de kinderen wild zouden worden bij het zien van zo’n cadeau, hield de man toch vol. Dus zo gebeurde het.
De man kon met fatsoen 3 pennen aan kinderen uitdelen en toen lag hij in de modder op de grond met 45 kinderen boven op hem. Hij probeerde wanhopig om onder de kluwen uit te komen en uiteindelijk lukte dat. Hij was erg geschrokken en moest wel even andere kleren aantrekken. Wij zagen het in onze gedachten helemaal voor ons en moesten ontzettend lachen. En Atjith kon dit soort gebeurtenissen ook erg smakelijk vertellen.

In Galle zaten we in het meest luxe hotel van de toer: Het Lighthouse Hotel. Schitterend gelegen aan de zee bij rotsen waarop de golven stuk slaan. Het hotel is in de stijl van een fort gebouwd. De kamers was inderdaad erg mooi en van alle gemakken voorzien. Maar verder was het hotel helemaal niet gezellig en de bediening was uitermate slecht.
Meneer Stuart van Walkers Tours belde om te vertellen dat onze kamer in Ceysands geregeld was, want we hadden toch besloten liever dat hotel te houden als laatste hotel. Ik bedankte hem hartelijk en zijn antwoord was: “ No problem, no problem at all.”
Wel grappig, want ze hadden ons behoorlijk proberen te overtuigen van het andere hotel en we vermoedden dat het ze heel veel moeite heeft gekost om toch Ceysands voor ons te regelen.
Na één overnachting in Galle vertrokken we vrijdagochtend naar onze laatste bestemming in Sri Lanka: Bentota.
We zouden onderweg een boottocht op de rivier gaan maken, maar ik voelde me helaas niet zo lekker. Dus gingen we alleen naar een schildpaddenverblijf. Ze beschermen daar eieren van schildpadden. We zagen schilpadjes van 1 en 2 dagen oud. Na 2 dagen worden ze ’s nachts uitgezet op het strand. Ze hadden ook een paar grote oudere schildpadden om eieren te leggen en een paar albinoschildpadden. Heel apart om te zien. Henk heeft nog een grote drie jaar oude schildpad vastgehouden. Ik alleen maar een paar kleintjes van één dag oud. De eieren lijken trouwens op een ping pong bal. Alleen ietsje groter.

We reden verder naar het hotel. We kwamen aan bij een soort wachtgebouw met een steigertje. Een man blies op een fluitje en daar kwam ons bootje om ons naar de overkant van de lagune te brengen. Want daar ligt hotel Ceysands. Op een landtong tussen de zee en een lagune. Het is maar 1 minuut varen, maar toch is zo’n aankomst in een hotel heel apart. De receptie ligt aan het water dat op dat punt overdekt is. Je komt dus aan in een soort overdekt minihaventje. Helemaal geweldig!!!
Na het inchecken gingen we met Atjith nog wat drinken om afscheid te nemen. Atjith vertelde dat hij aan onze gezichten in het bootje zag dat we voor het juiste hotel hebben gekozen. Juist omdat we genieten van deze aparte dingen en niet om de luxe geven, maar meer om de gezelligheid. We hebben ook adressen uitgewisseld, want hij wil graag een kopie van de videoband hebben. En ik wil hem ook foto’s en informatie van de Borobudur opsturen, want daar had hij nog nooit van gehoord. En dat kan natuurlijk niet, want hij is een Boeddhist.
Het hotel is wat “versleten”, maar heel erg gezellig. Omdat ze met een renovatie bezig zijn, zijn niet alle kamers in gebruik. Dus het is redelijk rustig. Ze hebben goed eten en veel keuze. Een ruime ligweide en een lekker zwembad.
De kamer is ruim met een wat kort tweepersoons bed, tv, minibar, douche, toilet en een ruim balkon (±4,50 x 2,00 meter). We kijken op de ligweide en de zee. Het is allemaal niet super-de-luxe, maar daarvoor hadden we dit hotel ook niet uitgezocht. We vermaken ons hier prima en zullen dat de komende week ook nog doen.
Vanochtend hebben we eerst lekker uitgeslapen en zijn toen met het bootje overgevaren. Na 300 meter lopen kwamen we in het plaatsje Aluthgama. Daar eerst een Bata opgezocht, want ik had slippers nodig. Dus nu heb ik slippers uit Sri Lanka.
Je wordt wel steeds lastig gevallen door mensen die je iets willen verkopen of je met de tuktuk willen vervoeren. Maar dan moet je maar vriendelijk nee blijven zeggen en blijven lachen. Als dat niet helpt, moet je ze negeren. Dat is eigenlijk in heel Sri Lanka zo, tenminste op de toeristische plaatsen. En dat is wel jammer. Want heel soms willen mensen echt gewoon even met je praten, maar je wantrouwt nu iedereen. Dus je denkt meteen: “Wat wil deze man nu weer aan ons verkopen?”
Terug in het hotel hebben we eerst wat gegeten en hebben toen over het strand gewandeld. Naar Bentota Beach Hotel. We dachten op een gegeven moment dat we er waren en het was veel luxer dan we hadden gedacht. Maar we waren vanaf het strand het hotel in gelopen. Toen we er aan de voorkant uit liepen, zagen we dat het een heel ander hotel was. Een gloednieuw super-de-luxe hotel. We waren veel te ver gelopen. Bentota Beach ligt niet zo ver van Ceysands. Het hotel is inderdaad mooier, omdat het net is gerenoveerd en bij Ceysands moet dat nog gebeuren. Maar Bentota Beach is veel groter en veel minder gezellig. Dus we hebben geen spijt van onze keuze. Ceysands is precies het hotel wat we zochten om de laatste week lekker te relaxen.
Vanmiddag hebben we weer gebiljart, Snooker deze keer. Het was weer erg leuk, maar ook heel moeilijk. En nu ga ik douchen voor het eten.

Naar boven

 

Woensdag 25-08-1999 19.00 uur

Hotel Ceysands - Bentota

We zitten alweer in de laatste week. Zondag en maandag hebben we lekker geluierd. Elke middag spelen we een potje biljart: Snooker. Het gaat steeds beter en is erg leuk om te doen.
Ik heb een sari gekocht. Een lange lap stof die op een bepaalde manier om je lichaam moet worden gewikkeld. Dan wordt het een mooie jurk. De vrouw van het winkeltje heeft er een bijbehorend bloesje bij genaaid. Heel mooi, alhoewel ik moet toegeven dat het mooier staat bij de kleine slanke vrouwtjes van Sri Lanka. Maar het leek Henk en mij leuk voor speciale gelegenheden, zoals het jaarlijkse cocktailfeest. Ze had ook nog andere mooi sari’s, ook één van zijde. Gisteren vroeg ik wat het kost om daar een rok en een blouse van te laten maken, want ik vind die lap stof zo mooi. Henk vindt het ook goed.
Gisterochtend hebben we een boottocht op de Bentota rivier gemaakt. Dat was heel leuk. Om 8.30 uur vertrokken we vanaf het boothuis van het hotel. We zagen al vrij snel een grote watervaraan. En daar zouden we er later nog wel meer van zien. Soms op het land en soms (vlak bij de boot) in het water. We zagen ook weer veel vogels, vooral Kingfishers. Kleine felblauw gekleurde vogeltjes met een bruine/rode kop en borst.
We gingen op een gegeven moment een kleine zijrivier in om naar een dorpje te gaan. Daar gingen we even uit de boot om de rijstvelden te bekijken. Bij terugkomst lagen er verse plakken ananas en bananen klaar. Ik heb nog nooit zulke lekkere ananas gegeten, zo sappig en zoet. Gewoon verrukkelijk!!!
Onderweg zagen we nog een veerpont. Door middel van een touw die over het water was gespannen, trok de veerman de boot naar de overkant. Dat leek ons zwaar werk. We zagen trouwens ook veel adelaars onderweg. Schitterend om die beesten te zien zweven op de wind, op zoek naar een prooi. Het weer was gisteren niet zo best. Tijdens de boottocht kregen we drie dikke buien op onze kop. Nou ja, het viel wel mee, want we hadden wel een dakje. En het waren maar korte buien. Maar gistermiddag en vannacht heeft het steeds vrij lange tijden behoorlijk geregend. Het is er hier ook de tijd voor. En het is niet erg, want tijdens de buien is het nog steeds warm. En voor de lokale bevolking is het een zegen, want het is hier heel droog.
Vanochtend zijn we weer naar Aluthgama geweest om bij de bank geld te halen. Het blijft een leuk en interessant proces om te volgen. Daarna zijn we naar de “supermarkt” geweest om nog wat specerijen te kopen. Daar veroorzaakte onze komst een hele opschudding. Er zijn daar blijkbaar (bijna) nooit toeristen binnen geweest, alhoewel er wel steeds veel toeristen in Aluthgama lopen. Aangezien we verder geen souvenirs voor de mensen thuis hebben gezien, hebben we nog wat komijn en chilipoeder en saffraan (maar 30 cent per zakje!) gekocht. Samen met de thee en andere specerijen moet dat genoeg zijn om voor iedereen iets te hebben.
Toen zijn we doorgelopen naar een restaurant dat we vanaf de boot hadden gezien. Daar hebben we wat gedronken en de menukaart bekeken. Dat zag er goed uit en dus hebben we voor vanavond een tafeltje besproken. Het ligt verhoogd aan de rand van het water.
Bij terugkomst kon ik de eerste blouse en sari in het winkeltje halen. Ze had ook een korte broek van Henk gerepareerd. Aan de rest is ze net begonnen, maar ik ben nog niet weg. Daarna gezwommen en geluncht en toen ging het weer regenen. Dus hebben we gebiljart en daarna cricket gekeken. Er worden een aantal landenwedstrijden in Sri Lanka gespeeld. Het is hier de nationale sport. Het team is net vernieuwd, omdat het niet meer zo goed ging. Aangezien Ajith ons wat regels heeft uitgelegd, kunnen we het spel nu redelijk volgen. En het blijkt spannender te zijn dan we altijd dachten.
Morgen is het een "volle maan" dag. Dat is een feestdag in Sri Lanka, elke keer dat het volle maan is. Er wordt dan geen alcohol in het openbaar geschonken. Morgen is een bijzondere feestdag, omdat het de laatste dag van de Perahera is. Een processie in Kandy die al 2 dagen na ons vertrek uit Kandy is begonnen. Er loopt dan ook een Koninklijke olifant met een replica van de 7 stupa's met de heilige tand mee. Er zijn morgen dan ook veel winkels en restaurants gesloten.
 
Ik ben nog 2 andere kenmerken van Sri Lanka vergeten op te schrijven. Je ziet hier overal kraaien, zoals je bij ons overal mussen ziet. Rotvogels: daarom is Boeddha volgens mij nooit een kraai geweest.
Iets anders is dat je overal checkpoints hebt. Er staan dan wat geel/zwart geverfde obstakels op de weg, zodat je langzaam en zigzaggend moet rijden. Overal staan militairen en/of politie bij. Als iets of iemand ze niet aanstaat, moet de auto stoppen en wordt alles gecontroleerd. Deze checkpoints zijn het enige dat een toerist eraan herinnert dat er een burgeroorlog bezig is in Sri Lanka. Verder merk je er niets van. Het is momenteel ook erg rustig. Heel af en toe lees je iets over gevechten in de plaatselijke krant.
Ik ga me omkleden, dan kunnen we zo op weg naar het restaurant. Ik ben benieuwd.

Naar boven

 

Donderdag 26-08-1999 18.00 uur

Hotel Ceysands - Bentota

Gisteravond was geweldig! We gingen naar de receptie om op de boot te wachten. Op weg daar naar toe kwamen we echter een expositie van olieverfschilderijen tegen. We gingen even kijken en hebben er, na wat onderhandelen, eentje gekocht. De kleurenschilderijen vonden we niet mooi, maar de zwart/witte wel. Deze is eigenlijk grijsblauw/wit. Heel mooi.
Bij de receptie blies een bewaker op een fluitje om de boot te roepen. Want die lag aan de overkant. Na een paar minuten hoorden we het bootje aankomen, onzichtbaar in het donker. Het was heel apart om in het donker naar de overkant te varen. Daar werden we (en dat hadden we al verwacht) meteen aangesproken door een paar jongens met een tuktuk. We vroegen hoeveel het was naar restaurant Aida. Rs. 100, zei een jongen. Ik zei dat ik maar Rs. 50 wilde geven, want onderhandelen is gebruikelijk. Hij zei tot onze verbazing meteen dat dat goed was. En dus gingen we in zo'n grappig Sisi-karretje op weg. Het is maar een klein stukje, een kilometer ongeveer, maar niet prettig te lopen in het donker langs de kant van de weg.
In het restaurant draaiden ze gezellige Amerikaanse en Engelse muziek uit de jaren 60 en 70. De bediening was heel goed en het eten ontzettend lekker. De fles wijn was bijna het hele bedrag van de rekening. De wijn was namelijk al f 60,- en het totaalbedrag was f 90,-. Voorafjes, hoofdgerechten, koffie, thee, cognac en kahlua. Dus het eten is erg goedkoop. f 7,50 voor een steak. We merkten wel dat ze eigenlijk al om 22.00 uur sluiten. Dus voor vrijdag (morgen dus) hebben we om 20.00 uur afgesproken in plaats van 21.00 uur. Dan hoeven we ons niet zo schuldig te voelen als we er lang over doen. We wisten dat er recht tegenover het restaurant bij het Bentota Beach hotel taxi's en tuktuks stonden. De prijs was eerst weer Rs. 100. Zogenaamd nachttarief. Dus zeiden we dat we gingen lopen. Toen zei eentje Rs. 75 en een ander riep Rs. 60. Op het aanbod van Rs. 60 gingen we in. En dus waren we een paar minuten later weer bij de boot. Overvaren en we waren er weer. Het is erg leuk om 's nachts in het donker naar zo'n verlicht hotel toe te varen. Wat een gelukzalig gevoel!
Het was echt een heerlijke avond en we hebben er allebei van genoten.
 
Vannacht heeft het hard geregend, maar vanmorgen scheen de zon. Dus na het ontbijt gingen we zwemmen en in de zon liggen. Het was van korte duur, want er kwam weer een hevige en vrij langdurige regenbui. Dus gingen we wat vroeger biljarten en daarna lunchen. Inmiddels ging de zon weer schijnen en besloten we weer te gaan zwemmen en lekker onder de rieten parasol te luieren. Wat kan het leven toch zwaar zijn, ahum. Ik ga nog even wat lezen of puzzelen voordat we gaan eten. Ik heb vandaag eindelijk het boek van Tom Clancy (820 bladzijden) uit. Daar is Henk blij mee, want hij zat al een paar dagen zonder boek. Nu zit hij dan ook meteen te lezen.

Naar boven

 

Zondag 29-08-1999 16.30 uur

Hotel Ceysands - Bentota

Het zit er bijna op. Morgen vliegen we om deze tijd terug naar huis. We zullen daar midden in de nacht aankomen en hopen dat Bianca op Schiphol op ons staat te wachten. Maar dat zal wel.
Gisteren werd ik gewekt door de eekhoorns. Die praten met elkaar door middel van korte hoge pieptonen. Een heel irritant geluid. Maar verder zijn het leuke beestjes om te zien, vooral als ze achter elkaar aan rennen. Ze komen ook vaak bij het balkon kijken of er iets lekkers is. We hebben ze biscuitjes gevoerd en patat bij de lunch. Hartstikke grappig om te zien hoe ze dat dan tussen hun voorpootjes houden om het op te eten. Verder hebben we gisteren een hele tijd gezwommen en in de zon gelegen. En in de schaduw gezeten. 's Middags weer een partijtje biljart gedaan. Die verloor ik, maar vrijdag had ik gewonnen. Het gaat toch steeds beter.
Daarna douchen en weer met het bootje en een tuktuk op weg naar restaurant Aida. Daar speelde tot onze schrik een bandje. Daar hebben we er al veel van meegemaakt en ze komen ook bij je tafeltje spelen. En ze zingen allemaal vals. Deze band was echter een aangename uitzondering, want zij konden wel goed zingen en spelen. Dus de ramp viel mee. We hebben weer heerlijk gegeten. En toen gingen we weer met de tuktuk en het bootje terug. Het was weer een heerlijke avond.
Vanochtend werd ik alweer gewekt door de eekhoorns. We hebben lekker veel gelezen en weer gebiljart. En vandaag speelden we gelijk. Een mooie laatste pot.
Vanavond gaan we voor de laatste keer bij Aida eten.
Morgenochtend na het ontbijt de koffers inpakken en dan gaan we op weg naar het vliegveld. Dat zal zo'n 2 uur rijden zijn. En dan begint de ellende met het inchecken weer. Daar zien we wel tegenop. Nou ja, even doorbijten en dan hebben we het weer gehad.

Naar boven

 

Dinsdag 06-02-2007

De terugreis

Het is inmiddels alweer ruim 7 jaar geleden dat we deze prachtige reis maakten. Het Verre Oosten trekt ons nog steeds en we willen graag nog een keer terug.
Het inchecken op de terugweg was inderdaad een ramp, maar het had nog erger gekund. Het busje dat ons naar het vliegveld moest brengen was aan de late kant. Dus toen we eindelijk aankwamen, stonden er al enorme rijen bij de balie. We zagen dat mensen met overgewicht uit de rij moesten en eerst voor dit extra gewicht moesten gaan betalen bij een balie die een kilometer verderop lag. En dan moesten ze weer achteraan in de rij gaan staan. Wij hebben altijd overgewicht op de terugreis, want we kopen altijd veel te veel spullen. Dus toen we aan de beurt waren, zonk de moed me in de schoenen. Ik had echter wat zinnetjes van de taal geleerd en zei (met mijn allerliefste glimlach): "Goedendag, hoe gaat het met u?" En dat was net wat die man nodig had. De mensen voor ons waren erg chagrijnig en vervelend geweest en daar stond ineens een vriendelijke vrouw die probeerde zijn taal te spreken. Dat hielp. Toen zijn assistent waarschuwde voor het overgewicht, sprak hij wat woorden tegen die man. En toen kregen we gewoon onze instapkaarten. We mochten zelfs nog zeggen of we bij het raam wilden zitten. Ik heb hem weer met mijn allerliefste glimlach bedankt. Zo zie je maar weer, vriendelijk zijn wordt beloond.

De koks

Ergens in het verhaal staat iets over een kok waar ik vriendjes mee werd. Ik moet eerlijk toegeven dat dit me vaker overkomt. En ook tijdens deze reis in het laatste hotel gebeurde het. Ik werd dikke maatjes met de hoofdkok. Ik kreeg altijd de beste tafel en alles vers. En als Henk nog in bed bleef liggen (die blijft liever nog even slapen en ik ga liever ontbijten), kreeg ik een ober met een dienblad met verse jus d'orange, een eitje, toast en jam mee. Ja, we hadden het weer prima voor elkaar en ook in dit laatste hotel heb ik weer van deze opmerkelijke 'vriendschap' genoten. Hij had zelfs op onze laatste dag zijn dienst geruild, zodat hij ons nog gedag kon zeggen. Heel bijzonder.

Saphira

En dan nog het grootste wonder van deze reis. Al in de laatste dagen van de vakantie had ik een vreemd gevoel en toen ik thuis kwam wist ik het bijna zeker. Toch maar even een test doen. Maar ik was inderdaad zwanger!!! Eindelijk. Na ruim een jaar 'oefenen' was het dan eindelijk zover. We waren dolblij. Op 21 april 2000 (3 weken te vroeg) is onze dochter geboren. Omdat ik in Sri Lanka zwanger ben geworden, wilden we een naam die daarmee verbonden zou zijn. Het werd Saphira, omdat Sri Lanka het land van de saffieren is en zelf als een saffier in de Indische Oceaan ligt. Als het een jongen was geweest, zouden we hem Ceylan genoemd hebben (Sri Lanka heette vroeger Ceylon, waar deze naam van is afgeleid). Mijn moeder is nog steeds erg blij dat het een meisje is geworden, want Ceylan vindt ze geen naam.
Ook wij zijn nog steeds dolblij met haar en Sri Lanka zal alleen al daarom altijd een speciaal plekje in ons hart hebben.

Naar boven