Dinsdag 06-02-2007

De terugreis

Het is inmiddels alweer ruim 7 jaar geleden dat we deze prachtige reis maakten. Het Verre Oosten trekt ons nog steeds en we willen graag nog een keer terug.
Het inchecken op de terugweg was inderdaad een ramp, maar het had nog erger gekund. Het busje dat ons naar het vliegveld moest brengen was aan de late kant. Dus toen we eindelijk aankwamen, stonden er al enorme rijen bij de balie. We zagen dat mensen met overgewicht uit de rij moesten en eerst voor dit extra gewicht moesten gaan betalen bij een balie die een kilometer verderop lag. En dan moesten ze weer achteraan in de rij gaan staan. Wij hebben altijd overgewicht op de terugreis, want we kopen altijd veel te veel spullen. Dus toen we aan de beurt waren, zonk de moed me in de schoenen. Ik had echter wat zinnetjes van de taal geleerd en zei (met mijn allerliefste glimlach): "Goedendag, hoe gaat het met u?" En dat was net wat die man nodig had. De mensen voor ons waren erg chagrijnig en vervelend geweest en daar stond ineens een vriendelijke vrouw die probeerde zijn taal te spreken. Dat hielp. Toen zijn assistent waarschuwde voor het overgewicht, sprak hij wat woorden tegen die man. En toen kregen we gewoon onze instapkaarten. We mochten zelfs nog zeggen of we bij het raam wilden zitten. Ik heb hem weer met mijn allerliefste glimlach bedankt. Zo zie je maar weer, vriendelijk zijn wordt beloond.

De koks

Ergens in het verhaal staat iets over een kok waar ik vriendjes mee werd. Ik moet eerlijk toegeven dat dit me vaker overkomt. En ook tijdens deze reis in het laatste hotel gebeurde het. Ik werd dikke maatjes met de hoofdkok. Ik kreeg altijd de beste tafel en alles vers. En als Henk nog in bed bleef liggen (die blijft liever nog even slapen en ik ga liever ontbijten), kreeg ik een ober met een dienblad met verse jus d'orange, een eitje, toast en jam mee. Ja, we hadden het weer prima voor elkaar en ook in dit laatste hotel heb ik weer van deze opmerkelijke 'vriendschap' genoten. Hij had zelfs op onze laatste dag zijn dienst geruild, zodat hij ons nog gedag kon zeggen. Heel bijzonder.

Saphira

En dan nog het grootste wonder van deze reis. Al in de laatste dagen van de vakantie had ik een vreemd gevoel en toen ik thuis kwam wist ik het bijna zeker. Toch maar even een test doen. Maar ik was inderdaad zwanger!!! Eindelijk. Na ruim een jaar 'oefenen' was het dan eindelijk zover. We waren dolblij. Op 21 april 2000 (3 weken te vroeg) is onze dochter geboren. Omdat ik in Sri Lanka zwanger ben geworden, wilden we een naam die daarmee verbonden zou zijn. Het werd Saphira, omdat Sri Lanka het land van de saffieren is en zelf als een saffier in de Indische Oceaan ligt. Als het een jongen was geweest, zouden we hem Ceylan genoemd hebben (Sri Lanka heette vroeger Ceylon, waar deze naam van is afgeleid). Mijn moeder is nog steeds erg blij dat het een meisje is geworden, want Ceylan vindt ze geen naam.
Ook wij zijn nog steeds dolblij met haar en Sri Lanka zal alleen al daarom altijd een speciaal plekje in ons hart hebben.

Naar boven