Zaterdag 21-08-1999 17.45 uur

Hotel Ceysands - Bentota

Ik lig bijna een week achter met schrijven. We zitten inmiddels al in ons strandhotel en de rondreis is afgelopen. Het eten in het hotel in Engelse stijl in Nuwara Eliya was niet erg goed. Maar de toetjes waren overheerlijk. Dus daar hebben we ons buikje wel mee rond gegeten. Het begint hier in Bentota plotseling heel erg hard te waaien, maar voorlopig is het nog wel droog.
Afgelopen dinsdag gingen we weer afdalen, op weg naar Hambantota. Zodra we uit de bergen waren, veranderde het landschap onmiddellijk. Het werd een droge en dorre vlakte. Onderweg stopten we bij een hotel om iets te drinken en in het dorpje moesten we wat voor de lunch kopen, want we zouden geen restaurant tegenkomen. Dus gingen we een supermarkt in om wat koekjes te kopen. En in een ander winkeltje kochten we wat bananen en even verderop nog een lokale krant in de Engelse taal. Het was erg leuk om op die manier inkopen te doen. Het was gewoon een dorp, zonder toeristische inslag. We kochten bij het hotel nog wat B.O.P. thee, omdat de Earl Grey nergens te vinden was. En een paar broodjes.
Om 13.00 uur kwamen we bij het Nationaal park Udawalawe, waar een safari op het programma stond. Voornamelijk om wilde olifanten te bekijken. We gingen in een jeep die open was, zodat we konden gaan staan. Op die manier konden we alles goed zien. Adjidh zat gewoon voorin bij de chauffeur en er was ook nog een “tracker” mee om dieren te signaleren. We zagen al vrij snel een wilde olifant en later nog één. Toen keerden we om en sloegen een ander pad in. We moesten ons goed vasthouden, want het was echt terreinrijden. We hadden geluk, want even verder stond een hele groep olifanten. Magnifieke beesten. Onze dag kon al niet meer stuk, het was gewoon schitterend. Maar er was nog meer te zien. Koeien en bizons en ook heel veel watervogels en adelaars. Verder in het park zagen we een pauw en nog een zeldzame zwarte adelaar. En ook nog apen en herten. Na zo’n 2 uur rijden zagen we weer een hele olifantenfamilie. Vader olifant kwam er snel bij staan om zijn familie te beschermen. Er was een echt klein olifantje bij. We reden zelfs een stukje van de weg af om nog wat dichterbij te komen. Ik kan het gevoel wat ik toen had niet beschrijven. Gewoon fantastisch!!!
Even verderop stak een jong hert met een noodvaart vlak voor onze jeep het pad over. We zagen ook nog een heel klein felgroen vogeltje, een karekiet. We zagen ook nog steeds olifanten, in de verte. Alles bij elkaar hadden we na zo’n 2½ uur 34 olifanten gezien. Geen slechte “vangst”, want er lopen zo’n 400 olifanten in het enorme park rond.
Vervolgens reden we met onze eigen auto naar hotel Peacock in Hambantota. Het lag heel mooi aan zee, maar de hotelkamer stelde niet veel voor.
In het hotel belde meneer Stuart van Walkers Tours met de mededeling dat het laatste hotel (Ceysands) was volgeboekt en dat ze ons hadden geupgrade naar het Bentota Beach Hotel. Daar waren we tot ieders verbazing niet blij mee. Bentota Beach is net gerenoveerd en moest mooier en luxer zijn dan Ceysands, maar het is ook veel groter. En het balkon bij de kamer en de kamer zelf zijn kleiner. En Ceysands ligt veel rustiger. Daarom hadden we daarvoor gekozen en niet voor de luxe. Dus vroegen we extra gegevens. Wat voor soort kamer zouden we krijgen etc. Daarna zouden we beslissen of we het ermee eens waren.
Het diner in hotel Peacock was goed en ze hadden een leuke bar met een verhoogd terras met uitzicht op zee.
De volgende dag konden we lekker uitslapen. De andere mensen die dezelfde toer deden, gingen al om 6.00 uur naar vogelreservaat Bundala. Maar wij zouden pas om 15.30 uur gaan, dus konden we eerst lekker luieren bij het zwembad en lunchen. We hadden regelmatig contact met Walkers Tours en ontvingen wat informatie via de fax. Maar we hadden nog geen beslissing genomen.
’s Middags stond er een jeep klaar, want Bundala was maar een kwartier rijden. Dus weer op safari, wat we erg leuk vonden. We zagen heel veel vogels en ook veel krokodillen. Wel zo’n 9 in totaal. Ze liggen doodstil met hun bek open, zodat ze op een stuk hout lijken. Als er dan een dier op de onderkant van de bek gaat zitten, klappen ze de bek met een klap dicht. Eet smakelijk!
Later reden we over een soort dam en zagen we heel veel pelikanen en ook Siberische watervogels die je bijna nooit ziet. Verder zagen we in het park ook nog veel pauwen en apen en tientallen verschillende soorten (water)vogels en een leguaan. En laten we niet vergeten dat we ook nog 2 wilde olifanten zagen. Eentje stond in de struiken, maar de ander stond in het open veld. Er stonden heel veel jeeps met mensen te kijken en hij was daar niet blij mee. Dus soms probeerde hij aan te vallen. Dat was best eng. We vonden eigenlijk dat ze niet zo dichtbij moesten komen en de olifant met rust moesten laten. Op deze manier jaag je ze alleen maar weg. Maar goed, het totaal aan wilde olifanten kwam daarmee voor ons op 38. Dat is bijna 1% van alle wilde olifanten in Sri Lanka. Want door de Nederlandse en Engelse kolonisten is het aantal olifanten in Sri Lanka nogal afgenomen. Daarom zijn er nu allerlei nationale parken om de olifanten te beschermen.

Donderdag vertrokken we om 9.00 uur naar Galle, aan het westen van zuidkust van Sri Lanka. Hambantota ligt meer naar het oosten, maar ook aan de zuidkust. Ik moest achter Ajith gaan zitten, want het linker achterwiel moest eerst worden opgepompt, want die leek een beetje leeg te lopen. We stopten even in Hambantota om dit te laten doen. Daarna konden we op weg. Maar na een tijdje was de band alweer vrij leeg, dus moesten we weer stoppen. Bij een piepkleine werkplaats pompten ze de band weer op. Maar we hoorden de lucht er al meteen weer uitkomen, dus moesten er ernstiger maatregelen worden genomen. Een kleine handmatige drukkrik kwam erbij en de band werd er afgehaald. Er bleek een lange spijker in te zitten. Terwijl ze de band repareerden, gingen wij wat drinken. Er zat een klein hotel aan de overkant, dus dat kwam goed uit. Na zo’n 15 minuten konden we weer met een gerust hart op weg gaan. We kwamen langs een gebied waar vissers op palen in het water zitten en op die manier hun vis vangen. De zee was wild, dus er waren er niet veel. Maar in de verte konden we er toch nog een paar zien zitten. Heel karakteristiek voor dit deel van Sri Lanka en daarom hebben we ook het houtsnijwerk van de paalvisser gekocht.
De kokosbomen in dit gebied worden trouwens gebruikt om Arrack te maken. De bloem van de kokosboom krijgt de kans niet om in noten te veranderen. Ze worden beklopt en na jaren opengesneden, zodat het sap (paddy) eruit loopt. Dit druppelt langzaam in een bakje. Tussen de toppen van de hoge kokosbomen zijn touwen gespannen, zodat de “Paddy tappers” van de ene naar de andere boomtop kunnen lopen. Uit de paddy wordt Arrack gemaakt, ook wel palmwijn genoemd. In Indonesië heette het Arak en werd uit een speciaal soort kokosboom gewonnen die trossen bessen heeft in plaats van kokosnoten.
In Galle gingen we eerst naar het fort. Een vesting die werd opgezet door de Engelsen en later door de Nederlanders (die de Engelsen versloegen) verder werd uitgebouwd. Nu wonen er voornamelijk moslims en alles is in staat van verval. Behalve de vestingmuur, die staat nog helemaal.
We gingen de Nederlands Hervormde kerk in de vesting bekijken. Henk vroeg aan Atjith of hij een stropdas had om respect te tonen aan zijn kerk. Net zoals wij met lange broeken respect hadden getoond aan Boeddha. Atjith trapte er heel even in, maar had al snel door dat hij in de maling werd genomen. Hij kon er gelukkig hartelijk om lachen.
We hebben tijdens de toer al veel leuke verhalen uitgewisseld. Hij had wel één heel erg leuk voorval meegemaakt. Een Engelse toerist had zo’n 70 balpennen meegenomen om op een school in een heel arm gebied uit te delen. Atjith bracht hem naar een school en vroeg het schoolhoofd om toestemming. Die vond het goed. Atjith stelde voor om de pennen in de klas door de meesters te laten uitdelen, maar de toerist wilde het zelf doen buiten de klas. Alhoewel Atjith waarschuwde dat de kinderen wild zouden worden bij het zien van zo’n cadeau, hield de man toch vol. Dus zo gebeurde het.
De man kon met fatsoen 3 pennen aan kinderen uitdelen en toen lag hij in de modder op de grond met 45 kinderen boven op hem. Hij probeerde wanhopig om onder de kluwen uit te komen en uiteindelijk lukte dat. Hij was erg geschrokken en moest wel even andere kleren aantrekken. Wij zagen het in onze gedachten helemaal voor ons en moesten ontzettend lachen. En Atjith kon dit soort gebeurtenissen ook erg smakelijk vertellen.

In Galle zaten we in het meest luxe hotel van de toer: Het Lighthouse Hotel. Schitterend gelegen aan de zee bij rotsen waarop de golven stuk slaan. Het hotel is in de stijl van een fort gebouwd. De kamers was inderdaad erg mooi en van alle gemakken voorzien. Maar verder was het hotel helemaal niet gezellig en de bediening was uitermate slecht.
Meneer Stuart van Walkers Tours belde om te vertellen dat onze kamer in Ceysands geregeld was, want we hadden toch besloten liever dat hotel te houden als laatste hotel. Ik bedankte hem hartelijk en zijn antwoord was: “ No problem, no problem at all.”
Wel grappig, want ze hadden ons behoorlijk proberen te overtuigen van het andere hotel en we vermoedden dat het ze heel veel moeite heeft gekost om toch Ceysands voor ons te regelen.
Na één overnachting in Galle vertrokken we vrijdagochtend naar onze laatste bestemming in Sri Lanka: Bentota.
We zouden onderweg een boottocht op de rivier gaan maken, maar ik voelde me helaas niet zo lekker. Dus gingen we alleen naar een schildpaddenverblijf. Ze beschermen daar eieren van schildpadden. We zagen schilpadjes van 1 en 2 dagen oud. Na 2 dagen worden ze ’s nachts uitgezet op het strand. Ze hadden ook een paar grote oudere schildpadden om eieren te leggen en een paar albinoschildpadden. Heel apart om te zien. Henk heeft nog een grote drie jaar oude schildpad vastgehouden. Ik alleen maar een paar kleintjes van één dag oud. De eieren lijken trouwens op een ping pong bal. Alleen ietsje groter.

We reden verder naar het hotel. We kwamen aan bij een soort wachtgebouw met een steigertje. Een man blies op een fluitje en daar kwam ons bootje om ons naar de overkant van de lagune te brengen. Want daar ligt hotel Ceysands. Op een landtong tussen de zee en een lagune. Het is maar 1 minuut varen, maar toch is zo’n aankomst in een hotel heel apart. De receptie ligt aan het water dat op dat punt overdekt is. Je komt dus aan in een soort overdekt minihaventje. Helemaal geweldig!!!
Na het inchecken gingen we met Atjith nog wat drinken om afscheid te nemen. Atjith vertelde dat hij aan onze gezichten in het bootje zag dat we voor het juiste hotel hebben gekozen. Juist omdat we genieten van deze aparte dingen en niet om de luxe geven, maar meer om de gezelligheid. We hebben ook adressen uitgewisseld, want hij wil graag een kopie van de videoband hebben. En ik wil hem ook foto’s en informatie van de Borobudur opsturen, want daar had hij nog nooit van gehoord. En dat kan natuurlijk niet, want hij is een Boeddhist.
Het hotel is wat “versleten”, maar heel erg gezellig. Omdat ze met een renovatie bezig zijn, zijn niet alle kamers in gebruik. Dus het is redelijk rustig. Ze hebben goed eten en veel keuze. Een ruime ligweide en een lekker zwembad.
De kamer is ruim met een wat kort tweepersoons bed, tv, minibar, douche, toilet en een ruim balkon (±4,50 x 2,00 meter). We kijken op de ligweide en de zee. Het is allemaal niet super-de-luxe, maar daarvoor hadden we dit hotel ook niet uitgezocht. We vermaken ons hier prima en zullen dat de komende week ook nog doen.
Vanochtend hebben we eerst lekker uitgeslapen en zijn toen met het bootje overgevaren. Na 300 meter lopen kwamen we in het plaatsje Aluthgama. Daar eerst een Bata opgezocht, want ik had slippers nodig. Dus nu heb ik slippers uit Sri Lanka.
Je wordt wel steeds lastig gevallen door mensen die je iets willen verkopen of je met de tuktuk willen vervoeren. Maar dan moet je maar vriendelijk nee blijven zeggen en blijven lachen. Als dat niet helpt, moet je ze negeren. Dat is eigenlijk in heel Sri Lanka zo, tenminste op de toeristische plaatsen. En dat is wel jammer. Want heel soms willen mensen echt gewoon even met je praten, maar je wantrouwt nu iedereen. Dus je denkt meteen: “Wat wil deze man nu weer aan ons verkopen?”
Terug in het hotel hebben we eerst wat gegeten en hebben toen over het strand gewandeld. Naar Bentota Beach Hotel. We dachten op een gegeven moment dat we er waren en het was veel luxer dan we hadden gedacht. Maar we waren vanaf het strand het hotel in gelopen. Toen we er aan de voorkant uit liepen, zagen we dat het een heel ander hotel was. Een gloednieuw super-de-luxe hotel. We waren veel te ver gelopen. Bentota Beach ligt niet zo ver van Ceysands. Het hotel is inderdaad mooier, omdat het net is gerenoveerd en bij Ceysands moet dat nog gebeuren. Maar Bentota Beach is veel groter en veel minder gezellig. Dus we hebben geen spijt van onze keuze. Ceysands is precies het hotel wat we zochten om de laatste week lekker te relaxen.
Vanmiddag hebben we weer gebiljart, Snooker deze keer. Het was weer erg leuk, maar ook heel moeilijk. En nu ga ik douchen voor het eten.

Naar boven