Vrijdag 13-08-1999 14.00 uur

The Lodge - Habarana

Er is steeds weinig tijd om te schrijven, dus het is moeilijk om alles bij te houden. Maar ik ga het proberen.
Terug naar Anuradhapura. Er is een grote witte tempel. De muur eromheen lijkt te worden gedragen door tientallen olifanten. De stupa is druppelvormig met een pinakel en in de top een puur kristal. Als je tegen de stupa aan gaat staan (met je tenen tegen de onderkant), kun je de top niet zien. Indien je precies 1 voet ruimte laat, kun je het kristal wel zien.
Tevens staat hier de oudste stupa. Ze zeggen dat daar de rechterschouder van Boeddha is ingemetseld.
Ook de grootste bakstenen stupa, het grootste gebouw ter wereld op de tempel/piramide in Egypte na, staat in Anuradhapura.
Verder is er een maansteen te zien. Deze bestaat uit 7 halve ringen. De binnenste ring is een lotusbloem en deze staat voor de hemel: Het Nirwana. De buitenste ring is vuur en stelt het lijden voor als we worden geboren. Hoe meer ringen / lagen je kunt “overwinnen” in je leven, hoe dichter je bij de hemel komt.
De tweelingvijvers zijn ook heel mooi om te zien. Jammer dat deze niet meer worden gebruikt. Vroeger werden ze door de vele monniken gebruikt die in Anuradhapura woonden.
Gisteren konden we eerst even relaxen bij het zwembad (wel moeilijk met zoveel Italianen) en gingen we om 14.30 uur op weg naar de 2e hoofdstad: Polonnaruwa.
Daar is een heel groot waterbassin (een soort meer) gebouwd door de eerste koning die daar regeerde. Deze werd vroeger voornamelijk gebruikt om de rijstvelden te bevloeien. Ook nu is de landbouw nog afhankelijk van dit bassin. Naast het bassin is sinds vorig jaar oktober een museum. Hier hangen veel foto’s van de ruïnestad, maar er staan ook veel maquettes. Deze laten zien hoe het vroeger was. Schitterend om te zien. Helaas mocht je er niet fotograferen. Vervolgens gingen we de ruïnes zelf bekijken.
Eerst het paleis, waarvan alleen de buitenmuren van de 1e, 2e en 3e verdieping nog staan. De 4e t/m de 7e verdieping moeten van hout zijn geweest. De koning had ook nog een overdekte promenade (als een soort gracht) om het paleis heen laten bouwen. Daar kon hij gaan wandelen.
Ook hier was weer een mooi zwembad. Vroeger van de koning. En de overblijfselen van een raadzaal waar de koning zijn adviseurs ontmoette.
Even verderop ligt een tempelcomplex. Met een stupa in een tempel. Rondom de stupa zitten 4 Boeddha’s om bezoekers vanuit alle windrichtingen te verwelkomen. Ook de overblijfselen van de tempel van de tand (van Boeddha) staan hier.
Er is één gebouw dat nog helemaal heel is. Waarschijnlijk omdat het helemaal van steen is. Hier heeft ooit een 18 meter hoge Boeddha gestaan met rode saffieren ogen. En daarom is deze Boeddha gestolen door schatzoekers.
Bij elke tempel (ook als het een ruïne is) moet je je schoenen uit en je petje af. Tevens moeten de benen tot de enkels bedekt zijn. Helaas houden veel toeristen zich niet aan deze laatste regel. Ze lopen gewoon in korte broek. Erg stom. Je moet tenslotte de regels van het land respecteren.
Als laatste naar het hoogtepunt van dit complex: 4 Boeddha’s uit één grote granieten rots gehakt. De liggende Boeddha is de Boeddha die dood gaat. De figuur ernaast is niet duidelijk. Hij staat op een lotusbloem en dus moet het Boeddha zijn. Maar de houding is de houding van verdriet en dat kan niet, want Boeddha ging niet echt dood. Hij ging naar een betere wereld. Verder zijn er nog een grote en een kleine zittende Boeddha in mediterende houding. De liggende Boeddha heeft onder zijn voeten een lotusbloem ingekerfd. Het is ontzettend indrukwekkend. De liggende Boeddha is 14 meter lang! En alles is echt tot in detail uitgehakt.
Op de terugweg gingen we nog langs een houtsnijwerkfabriekje. We kregen een rondleiding en uiteraard konden we wat kopen. Alles was hier echter wel vele malen duurder dan in Indonesië. Volgens de gids konden we zo’n 20% afdingen. Verder ging waarschijnlijk niet. Maar alles was zo duur, dat ik het toch probeerde. We hebben nu een masker met een pauw. Dat is om geluk en blijheid in het huis te brengen. En we hebben een visserman op een paal. Zo vissen ze in Galle, daar gaan we later nog heen. De oorspronkelijke prijs was f 170,- voor de visser en f 50,- voor het masker. Uiteindelijk kreeg ik beiden voor f 90,-, dus f 130,- korting!
We zagen ook nog een schitterend kamerscherm. Maar we schrokken ons kapot van de prijs: 8000 gulden. Inclusief transport werd ons steeds weer verzekerd. Ja leuk, maar een klein beetje teveel van het goede. Toen we steeds nee bleven zeggen (we gingen niet afdingen, omdat we wisten dat het altijd te duur zou blijven) om aan te geven dat we het echt niet wilden kopen, ging de prijs omlaag naar f 4000,-. Uiteraard nog veel te veel. Heel erg jammer.
Buiten vroeg de gids hoe alles was gegaan. Hij was verbaasd over de korting die ik had gekregen. We vertelden ook over het scherm en hij liep met ons mee naar binnen. We zeiden dat we er f 1000,- voor over hadden, maar dat we ook wel snapten dat dat te weinig was. De grote baas (die inmiddels zelf kwam onderhandelen met ons) ging dan ook niet verder dan f 3200,-. Dus dat ging voorbij. Misschien moeten we dan toch nog een keer naar Indonesië. Daar zijn dat soort dingen vele malen goedkoper. Maar de visser en het masker zijn typisch van Sri Lanka, dus die wilden we wel hebben.
Inmiddels was het alweer donker geworden (Om ongeveer 19.00 uur is het hier donker, dat is later dan in Indonesië.) en reden we terug naar het hotel. Plotseling zagen we aan de kant van de weg een wilde olifant staan. Een behoorlijke grote die bladeren van de bomen aan het eten was. Schitterend om te zien. Mijn eerste wilde olifant. Henk heeft ze vroeger in Zuid-Afrika al eens gezien.
Terug in Habarana hebben we bij de telefoonmaatschappij, een soort piepkleine PTT-winkel, naar ma gebeld. Het was 16.00 uur in Nederland en gelukkig was ze thuis. Ze vond het hartstikke leuk dat we even belden. Ze klonk erg opgelucht en ze zou ma Kamies ook even inlichten.
In het hotel hebben we weer laat gegeten (om 21.30 uur). Het is hier namelijk erg druk, maar het diner duurt maar tot 22.00 uur. Vanaf 21.30 uur is er echter steeds een optreden buiten en dan kunnen wij dus rustig gaan eten. Er is steeds een buffet met allerlei gerechten, dus dat zit wel goed.
Vanmorgen moesten we vroeg opstaan, want om 7.00 uur gingen we olifantensafari doen. In het bakje zaten we zijdelings op de rug van de olifant en we gingen ook door het water heen. Er liepen mensen mee die foto’s van je maken met je eigen fototoestel. We zijn benieuwd of ze gelukt zijn.
Daarna konden we weer even naar het zwembad en om 12.00 uur werden we weer opgehaald door de gids. Eerst even naar de bank. Ook dat was weer een hele ervaring, al raken we aan dat soort dingen langzaam gewend. We mochten vooraan gaan staan bij een soort kleine keukentafel. Nadat een vrouw vele briefjes had ingevuld en Henk een paar keer had moeten tekenen, werd alles naar een andere “balie” gebracht. Even wachten en… daar kwam het geld.
Daarna gingen we eten in een lokaal restaurant waar we “Rice and Curry” gingen eten. Zo’n 16 verschillende curry-gerechten, voornamelijk groenten, stonden op tafel. Niet alles was even lekker, maar het was erg leuk om een keer te doen. De smaak was trouwens wel aangepast aan de toeristen, dus het was niet zo pittig.
Over een half uurtje gaan we naar Sigirya rots. Bovenop heeft een paleis gestaan en er zijn nog veel meer dingen te zien. We moeten daarvoor wel een steile trap van 1250 treden beklimmen. Volgens de gids doen we daar zo’n anderhalf uur over. Vrij pittig dus.

Naar boven